De periode van 20 juli tot 20 augustus is in Nederland vaak de warmste tijd van het jaar. Deze periode wordt van oudsher ook wel de hondsdagen genoemd. Maar wat zijn deze dagen precies en waar komt deze betekenis vandaan? Je leest het in dit artikel!
Astronomische betekenis
De term ‘hondsdagen’ vindt zijn oorsprong in de Griekse mythologie en heeft alles te maken met de ster Sirius. Deze ster is de helderste ster aan onze sterrenhemel en bevindt zich in het sterrenbeeld Grote Hond of ‘Canis Major’. Sirius is vernoemd naar de hond van Orion uit de Griekse mythologie. Hierdoor staat Sirius ook wel bekend als de ‘Hondsster’.
Tijdens de periode van ongeveer 20 juli tot 20 augustus is Sirius niet aan de hemel te zien, want de ster komt dan tegelijk op met de zon. De dagen wanneer Sirius niet te zien was, werden in de Romeinse tijd ‘dies caniculares’ genoemd, oftewel: de Hondsdagen.
Hondsdagen, hondenweer?
Hoewel de naam het misschien suggereert, hebben de hondsdagen niks met honden te maken. Net als de term ‘hondenweer’, dat van het oud-Nederlandse woord ‘ondeweer’ komt en simpelweg slecht weer betekent. Tijdens de Hondsdagen is het zelden hondenweer. Sterker nog, het zijn vaak de warmste dagen van het jaar.
De hondsdagen staan bekend als een tijd met warm, vochtig en klam zomerweer. In Nederland ligt de maximumtemperatuur in deze tijd namelijk meestal tussen de 21 en 25 graden. Gemiddeld komen in deze periode ook de meeste zomerse en tropische dagen voor. Daarnaast komt het door het vochtige en warme weer op deze dagen regelmatig tot stevige onweersbuien en voelt het soms benauwd.
Soms kan het in de zomer enorm benauwd zijn met een hoge gevoelstemperatuur. Lees hier hoe dit komt.

Spreuken en geloven over de hondsdagen
Door het droge en hete weer tijdens de hondsdagen, ontstonden er door de tijd heen enkele geloven over deze periode. Zo gebruikten boeren vaak de spreuk ‘Komen de hondsdagen met veel regen, dan gaan we slechte tijden tegen. Komen de hondsdagen helder en klaar, verwacht dan maar een gunstig jaar’.
Voor de oude Egyptenaren waren de hondsdagen vaak een ongelukkige tijd. De hitte en droogte brachten insectenplagen en eten bedierf snel. Het einde van de hondsdagen betekende de start van een vruchtbare tijd. De terugkeer van ster Sirius kondigde overstromingen van de Nijl aan, waardoor de tijd van droogte over was.






