Hoewel Nederland tegenwoordig vooral milde winters kent, verliepen de Oorlogswinter(s) in de Tweede Wereldoorlog een stuk kouder. Strenge vorst, voedseltekorten en extreme weersomstandigheden maakten het leven voor zowel soldaten als burgers extra zwaar. Vooral de hongerwinter van 1944-1945 staat in het collectieve geheugen gegrift als een periode van kou en ontbering.
Door onze ligging aan zee hebben wij gemiddeld gezien te maken met relatief milde winters en doorgaans gematigde zomers. Toch zien we in het huidige opwarmende klimaat dat onze zomers steeds warmer kunnen uitpakken en dat de winters juist veel zachter verlopen. Dat was tijdens de Tweede Wereldoorlog nog een heel ander verhaal. Meerdere winters verliepen toen zeer koud.
In ons land duurde de oorlog van 1940 tot 1945 en logischerwijs hebben we in deze jaren veel verschillende weersomstandigheden meegemaakt, variërend van (zeer) strenge winters tot milde, maar ook warmere zomers.
Het weer speelt een cruciale rol in oorlogstijden
Wat veel mensen niet weten is dat het weer van cruciaal belang is in tijden van oorlogsvoering. Het weer heeft enorm veel invloed op de bewegingsmogelijkheden en mobiliteit van troepen. Zo kan nat weer resulteren in modderige landschappen, waardoor legervoertuigen vast komen te zitten. De slag van Arnhem in 1944 is hier een goed voorbeeld van.
Daarnaast is rustig weer met goed zicht van cruciaal belang voor luchtoperaties. Andere factoren die beïnvloed worden door het weer zijn camouflage en zichtbaarheid, logistiek en bevoorrading, en het moreel en de gezondheid van de troepen. De extreem lage temperaturen tijdens de Oorlogswinters veroorzaakten een groot tekort aan voedsel en brandstof, wat resulteerde in extra veel doden. Vooral de laatste winter staat hier bekend om en de winter van 1944-1945 is dan ook de boeken in gegaan als de hongerwinter.
Extreem koude winters
De extreme weersomstandigheden maakten de oorlog soms nog zwaarder voor zowel de soldaten als de bevolking. Vooral de strenge winters droegen hieraan bij. De winters tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen namelijk gepaard met extreem lage temperaturen. Twee van de vier Oorlogswinter(s) behoren zelfs tot de tien koudste winters ooit gemeten in Nederland.
De eerste twee Oorlogswinter waren bijzonder streng en hadden beide een gemiddelde temperatuur onder het vriespunt: -0,1 graden in de winter van 1941 en zelfs -1,5 graden tijdens de winter van 1942. De toen geldende normaal bedroeg 2,7 graden. Strenge vorst kwam in deze periode vaak voor, wat het dagelijks leven ernstig bemoeilijkte. Het enige voordeel was dat de oorlog nog maar net begonnen was. Hierdoor waren de brandstof- en voedselvoorraden nog op orde. Echter, in de winter van 1942 begonnen de eerste tekorten voelbaar te worden, vooral tijdens de langdurige koude periodes.
De hongerwinter van 1945
De beruchtste winter is echter die van 1944-1945. In eerste instantie is dat best gek als je naar de gemiddelde temperatuur kijkt. Die ligt namelijk een stuk hoger dan in de eerste twee Oorlogswinters, maar met een gemiddelde temperatuur van 2,2 graden was het nog steeds fors kouder dan het gemiddelde. Als we het vergelijken met de norm van tegenwoordig, is het verschil al helemaal groot. De huidige gemiddelde wintertemperatuur bedraagt 4,2 graden.
De voornaamste reden waarom deze winter zo berucht is, was het gebrek aan voedsel en brandstof. Door de blokkades van de Duitse troepen waren steden en dorpen soms gedwongen de winter zonder voedsel door te brengen. Vooral de gebieden in het westen kampten met zeer zware tekorten, wat resulteerde in ondervoeding. In combinatie met een extreem koude januarimaand leidde dit tot hongersnood en vele duizenden doden. In deze extreem koude maand stookte men alles op wat brandbaar was (zoals meubels) om warm te blijven.
Veel warme zomers tijdens de oorlogsjaren
Als we naar de gemiddelde temperatuur van de zomers kijken kunnen we concluderen dat het voor die tijd relatief warme zomers waren. Als we het echter vergelijken met de zomers van ons huidige klimaat (17,3 graden), dan verliepen alle zomers juist kouder dan gebruikelijk. De warmste zomer van de oorlog had een gemiddelde van 16,6 graden in 1941. De toen geldende normaal bedroeg slechts 15,7 graden. Ook de zomer van 1944 was warm voor de tijd van het jaar, met een gemiddelde van 16,3 graden. De zomers van 1942 en 1943 waren normaal en de zomer van 1940 verliep aan de koude kant met 15,5 graden.
Temperatuurrecords
De oorlogsjaren gingen daarnaast gepaard met een paar opvallende temperatuurrecords. Zowel het absolute warmterecord als het absolute kouderecord werden in tijden van de oorlog behaald. Op 27 januari 1942 werd het in Winterswijk -27,4 graden! Dit is het absolute kouderecord van ons land en tot op de dag van vandaag is dit nooit meer verbroken. De laatste decennia zijn we er überhaupt niet meer in de buurt van gekomen.
Op 23 augustus 1944 werd het 38,6 graden in het Gelderse Warnsveld. Een ongekend hoge waarde voor die tijd en destijds dus ook een historisch warmterecord. Dit record heeft maar liefst 75 jaar standgehouden, alvorens het op 24 juli 2019 werd verbroken in Eindhoven. Een dag later werd het nog warmer. Op 25 juli 2019 werd het 40,7 graden in Gilze-Rijen en dit is voorlopig het absolute hitterecord van ons land.






