Zeist, 14 februari 2011 – La Niña is in toenemende mate van invloed op de Atlantische Oceaan en het West-Europese weer. Het klimaatfenomeen dat elders in de wereld stormen en overstromingen brengt, vergroot in Nederland juist de kans op een mooi en rustig voorjaar.
Er valt relatief weinig neerslag en het aantal zonuren zal juist hoog zijn. De temperaturen zullen daarbij uitkomen rond normale waarden.
Lenteverwachting
Voor alle klimatologische achtergronden, de verwachte Europese en Noord-Atlantische drukverdeling, zeewatertemperatuuranomalieën en verschillende modelberekeningen, bekijk het volledige document ‘Zonnige lente rond de Noordzee’ (PDF).
Vroege en mooie lente
De lente wordt niet alleen mooi, hij komt dit jaar ook vroeg, met vooral in maart en april goede zonkansen. We danken dit aan relatief lage watertemperaturen in de Noordzee.
La Niña geeft koudere Golfstroom
De oorzaak is gelegen in het aanhouden van het klimaatfenomeen La Niña, dat bijvoorbeeld rond Australië juist stormen en overstromingen brengt.
Door een blokkade van hogedrukgebieden ten westen van Midden-Amerika zijn de passaatwinden over de Atlantische evenaar al geruime tijd zwakker dan normaal. Hierdoor wordt minder tropisch warm water naar de Caribische Zee en de Golf van Mexico geblazen.
Aangezien dit het brongebied is van de Atlantische Golfstroom, is deze inmiddels ook stees verder afgekoeld, waarbij de temperatuur in een half jaar tijd van iets boven normaal, tot meerdere graden onder normaal is gedoken. En dát beïnvloedt het weer in West-Europa: ondanks een zachte januari zijn de temperaturen in de Noordzee, Het Kanaal en rond de Britse Eilanden ook ruim onder normaal.
De luchtvochtigheid is hierdoor lager en er onstaat minder bewolking. Door geografische verschillen in de watertemperatuur van de Atlantische Oceaan is ook de kans op hogedrukgebieden boven West-Europa iets hoger dan normaal.
Hoge druk, zwakke westcirculatie
Omdat het noorden van de Atlantische Oceaan wel nog ‘te warm’ water herbergt, blijft een westcirculatie over het noorden van Europa aannemelijk. Nederland en ook andere delen van West-Europa, zullen echter makkelijk binnen de invloedsfeer van het Azorenhoog komen. We krijgen hiermee geen continentale aanvoer, maar de maritieme invloed op het Nederlandse weer wordt wel iets getemperd. Er wordt daarmee minder vocht aangevoerd en bij een stabiele atmosfeer is de kans op buienvorming gering.
Normale temperaturen
Tijdens de lentemaanden krijgt de zon relatief veel ruimte om de Nederlandse bodem weer op te warmen. Het opwarmende effect wordt echter gecompenseerd door de nabijheid van het koude zeewater, dus extreme maandgemiddelden, zowel naar boven als naar beneden, zijn onwaarschijnlijk.
Warme zomer?
In de komende maanden zwakt de La Niña in de Grote Oceaan geleidelijk iets af. De menging van koud en warm water in de Atlantische Oceaan neemt dan ook weer toe, waarmee de directe invloed van La Niña op het West-Europese weer afneemt.
Toch zijn er mogelijk nog gevolgen voor de zomer. Tijdens een droge lente daalt het bodemvochtgehalte gestaag. Daarmee gaat een kleiner deel van de zonne-energie verloren aan verdampingsenergie. Wij gaan daarom al voorzichtig uit van een sneller begin van de zomer en een bovengemiddeld warme maand juni.
Auteur: Rolf Schuttenhelm
Bron: MeteoVista | Weeronline.nl
|
Uitgegeven:
|
14 februari 2011 9:15
|