De kerstvakantie van 2019 staat bij veel Nederlandse Alpengangers nog goed in het geheugen. De Alpen werden destijds getroffen door een periode met zeer intensieve sneeuwval. In delen van Zuid-Duitsland en Oostenrijk viel in de dalen zelfs meer dan twee meter!
In januari 2019 werden de Alpenlanden getroffen door uitzonderlijk winterweer. Door een aanhoudende westen- tot noordwestenwind werd zeer vochtige lucht naar de Alpenlanden toegevoerd. In combinatie met koude lucht veroorzaakte dit intensieve sneeuwval, en dat dagen op rij! Zo’n weersituatie wordt ook wel een ‘Nordstau’ genoemd.

Uit voorzorg werden sommige Oostenrijke dalen al voor de sneeuwval geëvacueerd. Dit was maar goed ook, want talloze dorpen werden helemaal van buitenwereld afgesloten.
Enorme sneeuwval en groot lawinegevaar
In delen van Noord- en West-Oostenrijk, Oost-Zwitserland en het zuiden van Duitsland viel in minder dan twee weken tijd meer sneeuw dan normaal in een hele winter. In sommige dalen kwam het zelfs tot meer dan twee meter sneeuw. Door de aanhoudende sneeuwval kreeg de sneeuw nauwelijks tijd om in te klinken of te stabiliseren. Bovendien kan sneeuw in zo’n situatie lastig ‘hechten’, waardoor er zwakke lagen in het sneeuwdek ontstaan. Hierdoor is er grote kans op lawines.

Het lawinegevaar liep uiteindelijk op naar het hoogste waarschuwingsniveau, categorie 5 (zeer groot). Door de lawines raakten gebieden dagenlang afgesloten van de buitenwereld en werd het Oostenrijkse leger ingezet om sneeuw te ruimen. Veel Nederlandse gezinnen konden de Oostenrijkse wintersportdorpen dan ook niet verlaten omdat ze waren ingesneeuwd.

Harde wind
Naast de enorme sneeuwval speelde de wind ook een belangrijke rol. Vooral in de bergen waaide er af en toe een stormachtige wind met daarbij zeer zware windstoten van meer dan 100 km/uur. Dit zorgde voor grote sneeuwverplaatsingen en instabiele sneeuwlagen. Januari 2019 wordt nog altijd als referentiepunt gezien voor extreme weersituaties in de Alpen.






