Weeronline
Weeronline

    Klimaatverandering: lente is 1,6 graden opgewarmd

    Aangemaakt: 01 jun 2020, 08:22 uur

    De lente is ten opzichte van de klimaatperiode 1951-1980 in De Bilt 1,6 graden warmer geworden. Ten opzichte van de vorige normaalperiode (1981-2010) is de opwarming 0,4 graden. De gemiddelde lentetemperatuur was 9,5 graden, de nieuwe normaal is 9,9 graden. De lente is 49 uur zonniger en 13 millimeter droger geworden dan in de periode 1981-2010.

    Het aantal dagen met temperaturen onder het vriespunt neemt in de maanden maart, april en mei geleidelijk af. Het vriest op gemiddeld twaalf dagen in de lente tegen zeventien dagen in de klimaatperiode 1951-1980. Ook in de vorige klimaatperiode was twaalf dagen normaal. Wat al jaren stabiel is, is het aantal dagen met matige vorst. Gemiddeld gezien daalt de temperatuur éénmaal tot beneden -5 graden.

    Zeven warme dagen meer dan halverwege vorige eeuw

    Daarentegen neemt het aantal warme dagen (maxima van 20 graden of meer) toe. In de periode 1951-1980 steeg de temperatuur gemiddeld op negen dagen naar 20 graden of meer, tegenwoordig gebeurt dit op gemiddeld zestien dagen. Ook het aantal zomerse dagen neemt toe. De temperatuur stijgt gemiddeld op vier dagen naar 25 graden of meer tegen twee in de perioden 1951-1980 en 1961-1990.

    Foto: Jolanda Bakker

    Lees ook: dit is het Nederlandse klimaat in de lente

    Liefst 89 uur meer zonneschijn

    Deze recordzonnige lente deed een goede duit in het zakje om de lente gemiddeld zonniger te maken, maar deze lente staat niet op zich. De lucht is de laatste jaren schoner geworden en daardoor is het minder vaak mistig dan vroeger. Hierdoor is de zon meer te zien.

    In de periode 1951-1980 scheen de zon in maart, april en mei in totaal 476 uur. Tijdens de vorige normaalperiode steeg dit naar 517 uur en met de nieuwe normaal is dit 566 uur geworden. Ten opzichte van 1951-1980 schijnt de zon maar liefst 89 uur meer. De periode 1961-1990 was nog somberder, het verschil daarmee is meer dan 100 uur zon.

    Lentes werden steeds natter, inmiddels is het een stuk droger

    De hoeveelheid neerslag in de lente vertoonde lange tijd een stijgende trend. In de klimaatperiode 1951-1980 viel gemiddeld over het land 145 millimeter regen. De gemiddelde neerslagsom steeg naar 161-163 millimeter in de perioden 1961-1990 en 1971-2000 en in de vorige periode 1981-2010 viel gemiddeld over het land 167 millimeter. De droge jaren 2011, 2015, 2017 en natuurlijk 2020 zorgen ervoor dat het inmiddels een stuk droger is geworden. De overige lentes tijdens de afgelopen 30 jaar waren vrij normaal tot slechts iets te nat. Volgens de nieuwe normaal valt in de lente 154 millimeter en dat is gemiddeld dertien millimeter minder dan in de vorige normaalperiode.

    Hoe verhield de afgelopen lente zich tot het nieuwe klimaat

    De gemiddelde temperatuur was de afgelopen lente, ten opzichte van de nieuwe normaal van 9,9 graden, flink hoger. De lente van 2020 kwam uit op 10,3 graden. Uitgaande van de vorige normaal van 9,5 graden, was de lente bijna een graad te warm.

    De lente was recordzonnig met gemiddeld over het land liefst 805 uur zon. Ook volgens de nieuwe klimaatnormaal van 566 uur was het ongekend zonnig. De lente was ook droog met gemiddeld over het land slechts 87,8 millimeter. Uitgaande van de nieuwe normaal van 154 millimeter was het nog steeds erg droog. Bovendien viel het grootste deel van deze neerslag in de eerste helft van maart. Daarna viel er bijna niet meer en door het zonnige weer verdampte veel vocht. Het grote neerslagtekort veroorzaakte droogteproblemen.

    Foto: Ab Donker

    Bekijk hieronder de meest relevante video’s over het weer

    Door: Rico Schröder