Weer A t/m Z

Hogedrukgebied

In een hogedrukgebied is de luchtdruk op zeeniveau hoger dan in de omgeving. Dat in tegenstelling tot een lagedrukgebied. Deze verschillen in luchtdruk worden voor een groot deel bepaald door diverse -vooral verticale- luchtstromen in de atmosfeer. Dat is ook de reden dat meteorologen de drukverdeling gebruiken bij het maken van weersverwachtingen. Deze luchtstromen bepalen namelijk het weer. In een hogedrukgebied is sprake van dalende lucht, ook wel subsidentie genoemd. Dat zorgt voor het rustige weer met vaak weinig bewolking. Hoewel vochtige lucht onder een inversie ook grijs weer kan veroorzaken.

In een hogedrukgebied stroomt dus lucht omlaag, in een lagedrukgebied stijgt de lucht. De lucht stroomt van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied. Door de draaiing van de aarde gaat deze stroming niet in een rechte lijn van de hoge druk naar de lage druk, maar buigt op het noordelijk halfrond naar rechts af door de Corioliskracht. Daardoor is de stroming, dus de wind, rond een hogedrukgebied op het noordelijk halfrond altijd met de wijzers van de klok mee. Op het zuidelijk halfrond is door de werking van Corioliskracht de stroming rond een hogedrukgebied juist in omgekeerde richting.


14 december 2007: krachtig hogedrukgebied precies boven Nederland

Bovenstaand plaatje geeft een voorbeeld van een krachtig hogedrukgebied boven West-Europa. De druk in de kern bedraagt meer dan 1040 hPa. De lijntjes, ofwel isobaren, geven hierbij aan waar de druk hetzelfde is. Rond Nederland ligt bijvoorbeeld de 1040 hPa-lijn. Hierbinnen is de druk nog hoger. Alle rode lijntjes geven in stappen van 5 hPa de isolijnen van 1020 hPa en meer weer. De zwarte lijn is de 1015 hPa isolijn. Alle blauwe lijntjes geven de isolijnen beneden de 1010 hPa weer. In dit geval zijn er dus stapjes van 5 genomen, maar ook andere stapjes, zoals 2, 4 en 10 komen veel voor. Op onze expertsite kunt u precies zien hoe de luchtdruk de komende weken volgens de modelverwachting verandert.


Het hogedrukgebied in de winter

Een winters hogedrukgebied kan nauwelijks beter tot uitdrukking komen dan op onderstaande foto: een besneeuwd landschap met daarboven heldere en ijskoude vrieslucht. Een winter zoals we die uit Lapland kennen, met in de ochtend -32 graden. In ons land zorgt het winterhoog voor de laagste temperaturen die mogelijk zijn. Zo zorgde in 1942 na weken van vorst en sneeuw een hogedrukgebied voor diepvriestemperaturen: De Bilt -25, Winterswijk -27, Wageningen (officieus) -29 en even over de grens zelfs beneden de -30. Ook in '56, '63, '79 en '85 zorgden de combinatie van een sneeuwtapijt, ijskoude lucht en de nabijheid van een hogedrukgebied voor temperaturen tot beneden de -25 graden.


Barre droge kou in Lapland met in de ochtend -32 graden

Koude en warme hogedrukgebieden

Niet alle hogedrukgebieden zorgen in de winter voor kou en ijs. Als dat zo was dan konden we elk jaar weken lang op natuurijs toertochten maken. Koude hogedrukgebieden liggen gewoonlijk ten noorden van ons land waardoor we een aanvoer van lucht uit het noorden of oosten hebben. Hiermee wordt kou vanuit Oost-Europa, Rusland en Scandinavie naar ons land getransporteerd.


Onder een hogedrukgebied kan de lucht in de winter tot rust komen waardoor hardnekkige mist ontstaat

Regelmatig echter ligt er een hogedrukgebied vlak ten zuiden of ten westen van ons land. Deze is dan gevuld met vochtige en relatief zachte lucht, waarin wolkenvelden domineren. Van vorst is dan meestal geen sprake, behalve dan als het onder rustige condities goed opklaart. Veel winters gaan voorbij waarbij het voor ons belangrijke hogedrukgebied overwintert boven Spanje, terwijl wij het moeten doen met de aanvoer van mistroostige Noordzeebewolking of mist. In dit geval vormt zich een inversie op enige hoogte. Daarboven bevindt zich dan droge lucht, maar wij bevinden ons dan onder de inversie in vochtige lucht, vaak onder een grijs wolkendek.


Het hogedrukgebied in de zomer

Hogedrukgebieden zijn in de zomer in de regel minder krachtig dan in de winter. De oorzaak is dat de temperatuursverschillen op het noordelijk halfrond in de zomer veel kleiner zijn. Dit uit zich dan weer in kleinere drukverschillen. Zo zul je in juli nooit een luchtdruk van 1040 hPa in ons land tegenkomen, terwijl in de winter waarden van 1050 hPa haalbaar zijn. De kleinere luchtdrukverschillen zorgen in de zomer ook voor minder wind. Hogedruk ten noorden en ten oosten van ons land zorgt vaak voor strandweer. Als de wind zwak uit het oosten waait kan met name in het voorjaar een kille zeewind opsteken die de temperatuur wel 15 graden kan doen duikelen.


Aan de flank van een hogedrukgebied staat vaak een goed zeilbare bries

Bron: Hans Kleingeld

Je gebruikt een internetbrowser die wij helaas niet volledig ondersteunen
Weeronline zal beter werken als je een van de volgende internetbrowsers gebruikt: Internet Explorer 8 of 9 of Firefox 8 of hoger.
Maak een keuze uit een van de browsers om deze gratis te downloaden.