Vooral in de herfst en de winter heeft Nederland wel eens te maken met stormachtig weer. We spreken van een storm als de gemiddelde windsnelheid gedurende 10 minuten een snelheid bereikt van ten minste 75 km/u. Dit staat gelijk aan windkracht 9 op de schaal van Beaufort. Als de gemiddelde windsnelheid over een periode van 10 minuten ten minste 90 km/u bedraagt dan wordt gesproken van een zware storm, windkracht 10. Bij gemiddeld 103 km/u spreken we van zeer zware storm, windkracht 11.
Tijdens zo’n storm komen vaak ook windstoten voor. Die liggen nog een stuk hoger dan de bovengenoemde windsnelheden, soms wel enkele tientallen km/u. Deze windstoten worden niet in de schaal van Beaufort uitgedrukt, maar in km/u. Het zijn immers geen gemiddelde windsnelheden.

Stormen komen vooral in de periode oktober t/m maart voor. De temperatuursverschillen tussen de Noordpool en de evenaar zijn dan het grootst, waardoor er op gematigde breedten stevige depressies kunnen ontstaan, die met de straalstroom onze richting op worden gevoerd. De windsnelheid hangt overigens niet af van de kerndruk van zo’n depressie, maar van drukverschillen. Op een drukkaart is dit goed te zien: hoe dichter de lijnen van gelijke druk (=isobaren) bij elkaar liggen hoe hoger de windsnelheid. Het gebied met de grootste drukverschillen ligt meestal ten zuidwesten van de depressie.
- Vlagerige wind met uitschieters van ≥ 56 knopen (> 28 m/s, > 100 km/h). In het winterhalfjaar geldt in de kuststrook daarnaast het criterium ≥ 65 knopen (> 33 m/s, > 120 km/h).
- Locatie: Minstens 2 van de 5 kuststations (Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden, Den Helder, Terschelling) of landinwaarts over een gebied ten minste ter grootte van het standaardgebied van 50 x 50 km, of een coherente band met een lengte van 50 km.
Auteur: Joralf Quist
Bron: KNMI.nl | MeteoVista | Weeronline.nl