Eind 16e eeuw was Galilleo Galilei (1564-1632) een van de eersten die een soort thermometer bouwde. De eerste thermometers werkten op basis van de uitzetting van lucht bij hogere temperatuur. Later werd de thermische uitzetting van vloeistoffen gebruikt. Daniël Gabriël Fahrenheit (1686-1736) bouwde in 1709 een vloeistofthermometer op basis van alcohol. Hij was ook de eerste die kwik gebruikte als vloeistof en daarmee de kwikthermometer introduceerde. Kwik blijft niet aan de glaswand hangen en heeft binnen het temperatuurbereik van -38,9 tot 356,9 graden Celsius een vrij constante uitzettingscoëfficiënt. Bij lagere temperaturen gaat het over in vaste fase; boven deze marge wordt het een gas. Met alcoholthermometers kunnen wel lagere temperaturen worden gemeten, tot -70 graden Celsius. Tegenwoordig worden kwikthermometers nauwelijks meer gebruikt en mogen ze in Nederland niet meer verkocht worden vanwege de giftigheid van kwik.
Bron: KNMI/Wikipedia