In een hogedrukgebied is de druk hoger dan in de omgeving. Dat wil zeggen dat de massa van de boven ons aanwezige lucht groter is dan elders. Gemiddeld heerst er op aarde een druk van wel 1013 hPa. Om een beeld te krijgen hoeveel dit is rekenen we dit om naar het aantal kg wat op een vierkante meter aardoppervlak drukt: 10.130 kg! We zouden ongeveer 10 mtr, diep onderwater moeten duiken om te ervaren om een vergelijkbare druktoename te krijgen.

Bovenstaand plaatje geeft een voorbeeld van een krachtig hogedrukgebied boven West-Europa. De druk in de kern bedraagt meer dan 1040 hPa. De isolijntjes geven hierbij aan waar de druk hetzelfde is. Rond Nederland ligt bijvoorbeeld de 1040 hPa-lijn. Hierbinnen is de druk nog hoger. Alle rode lijntjes geven in stappen van 5 hPa de isolijnen van 1020 hPa en meer weer. De zwarte lijn geeft de 1015 hPa isolijn weer. Alle blauwe lijntjes beneden de isolijnen beneden de 1010 hPa weer. In dit geval zijn er dus stapjes van 5 genomen, maar ook andere stapjes, zoals 2, 4 en 10 komen veel voor. Op onze expertsite kunt u precies zien hoe de luchtdruk de komende weken volgens de modelverwachting verandert.
Het hogedrukgebied in de winter
Een winters hogedrukgebied kan nauwelijks beter tot uitdrukking komen dan op bovenstaande foto: een besneeuwd landschap met daarboven heldere en ijskoude vrieslucht. In ons land zorgt het winterhoog voor de laagste temperaturen die mogelijk zijn. Zo zorgde in 1942 na weken van vorst en sneeuw een hogedrukgebied voor diepvriestemperaturen: De Bilt -25, Winterswijk -27, Wageningen (officieus) -29 en even over de grens zelfs beneden de -30. Ook in '56, '63, '79 en '85 zorgden de combinatie van een sneeuwtapijt, ijskoude lucht en de nabijheid van een hogedrukgebied voor temperaturen tot beneden de -25 graden.

Koudbloedige en warmbloedige hogedrukgebieden
Niet alle hogedrukgebieden zorgen in de winter voor kou en ijs. Als dat zo was dan konden we elk jaar weken lang op natuurijs toertochten maken. Koudbloedige hogedrukgebieden liggen gewoonlijk ten noorden van ons land waardoor we een aanvoer van lucht uit het noorden of oosten hebben. Hiermee wordt kou vanuit Oost-Europa, Rusland en Scandinavie naar ons land getransporteerd.

Regelmatig echter ligt er een hogedrukgebied vlak ten zuiden of ten westen van ons land. Deze is dan gevuld met vochtige en relatief zachte lucht, waarin wolkenvelden domineren. Van vorst is dan meestal geen sprake, behalve dan als het onder rustige condities goed opklaart. Veel winters gaan voorbij waarbij het voor ons belangrijke hogedrukgebied overwintert boven Spanje, terwijl wij het moeten doen met de aanvoer van mistroostige Noordzeebewolking of mist. Indien een hoog precies boven ons hoofd ligt kan het tot ernstige vervuiling in stedelijke gebieden komen, hetgeen smog wordt genoemd.

Het hogedrukgebied in de zomer
Hogedrukgebieden zijn in de zomer in de regel minder krachtiger dan in de winter. De oorzaak is dat de temperatuursverschillen op het noordelijk halfrond in de zomer veel kleiner zijn. Dit uit zich dan weer in kleinere drukverschillen. Zo zul je in juli nooit een luchtdruk van 1040 hPa in ons land tegenkomen, terwijl in de winter waarden van 1050 hPa haalbaar zijn. De kleinere luchtdrukverschillen zorgen in de zomer ook voor minder wind. Hogedruk ten noorden en ten oosten van ons land zorgt vaak voor strandweer. Als de wind zwak uit het oosten waait kan met name in het voorjaar een kille zeewind opsteken die de temperatuur wel 15 graden kan doen duikelen.

Hans Kleingeld
9 September 2009