Het Siberisch Hoog ontstaat eind augustus als er in de herfst (zeer) koude en droge lucht Siberië binnenstroomt. Op het vasteland verzamelt deze lucht zich gedurende de winter en bouwt er een hogedrukgebied op. Het hogedrukgebied blijft in het winterhalfjaar permanent aanwezig. Midden in de winter is het Siberisch Hoog het grootst en sterkst. De luchttemperatuur is dan vaak lager dan -40 graden. De luchtdruk ligt vaak boven de 1040 hPa. De laagste temperatuur ooit gemeten op het Noordelijk Halfrond, van -67.8 graden is dan ook veroorzaakt door dit hogedrukgebied. Dit werd gemeten op 15 januari 1885. De hoogste luchtdruk ooit gemeten bedraagt maarliefst 1083.8 hPa. Dit was op 31 december 1968 het geval. Het Siberisch Hoog blijft aanwezig tot eind april.
Het Siberische Hoog kan er voor zorgen dat lagedrukgebieden vanaf de oceaan het vasteland van Europa niet kunnen bereiken. Soms bereiken ze het vasteland wel, maar dan lopen de storingen vaak stuk op het Siberisch Hoog. Als het hogedrukgebied dus zijn invloed uitbreid richting Scandinavië komt ook in Nederland de aanvoer van koude en droge lucht op gang. In de figuur hieronder is als voorbeeld het sterke Siberisch Hoog van 20 januari 2010 te zien.
