Druppeltjes op dunne, sterk afgekoelde voorwerpen (vooral planten of gras) ontstaan door rechtstreekse condensatie van waterdamp (overgang van damp in water). De temperatuur koelt af naar het dauwpunt en het water in de lucht condenseert. Bij temperaturen onder nul ontstaat geen dauw in de vorm van waterdruppeltjes, maar gaat deze over in ijskristallen en ontstaat rijp. Dauw- en ijsvorming treedt vooral op tijdens kalme wolkeloze nachten, als de afkoeling het grootst is.
Zo'n drie eeuwen geleden was dauw, dat vooral op een spinnenweb of grassprietjes in de zon fraai glinstert, nog een mysterie. Zelfs de beroemde Utrechtse natuurkundige Petrus van Musschenbroek dacht rond 1735 nog dat het uit de aarde of planten zelf kwam.
Bron: KNMI