De circulatiecellen geven aan wat de dominante windrichting (noord/zuid) is op een bepaalde breedtegraad en bepalen ook in welke zones meestal hoge- of lagedruk gebieden liggen. Rond de evenaar zijn er veel stijgende bewegingen en bevindt zich de Intertropische Convergentiezone (ITCZ). Hier komt veel bewolking en regen voor. Vaak is op satelliet beelden duidelijk te zien waar de ITCZ loopt.
De dominante windrichting over het aardoppervlak en de straalstromen hoger in de atmosfeer worden beschreven door drie zogenaamde circulatiecellen: de Hadleycellen (tussen de evenaar en de 30e breedtegraad), de Ferrelcellen (tussen 30e breedtegraad en 60e breedtegraad) en de polaire cellen (tussen de 60e breedtegraad en de pool).
Hoewel dit een eenvoudig patroon lijkt, is de werkelijkheid ingewikkelder: er is bijvoorbeeld binnen de tropen niet één Hadleycel maar een aantal, die kunnen verschuiven, splitsen en samengaan in de loop der tijd.
Bron: Weeronline.nl/Wikipedia