De atmosfeer is een dunne deken van lucht die de aarde bedekt. Deze luchtige deken, ook wel dampkring genoemd, houdt onze planeet op een comfortabele temperatuur (ongeveer 15 graden). Dit komt doordat de warmte van de zon tot op de grond doordringt en verhindert dat de uitgaande warmte in de ruimte ontsnapt. De deken is dun in vergelijking met de aarde zelf. De aarde heeft een straal van gemiddeld 6370 km, de atmosfeer is slechts gemiddeld 1000 km dik.
De atmosfeer bestaat voor ongeveer 78% uit stikstof, 21% zuurstof, 1% argon en 0.04% koolstofdioxide. Dicht bij de grond bevat lucht ook rond 1% waterdamp.
De atmosfeer is opgebouwd uit vijf lagen:
De meeste weersverschijnselen vinden plaats in de laag die het dichtst bij de aarde ligt, de troposfeer. Deze luchtlaag is 0 tot ongeveer 17 kilometer hoog bij de evenaar en ongeveer 10 kilometer hoog bij de polen en is de warmste en de meest vochtige laag van de atmosfeer. Ongeveer 80% van de massa lucht bevind zich in de troposfeer. In deze laag is er ook het grootste temperatuurverschil: van 17 graden op zeeniveau tot -52 graden op het moment dat de troposfeer overgaat in de tropopause. De tropopause is het gebied tussen de troposfeer en de stratosfeer in waar het stopt met het dalen van de temperatuur en het weer begint te stijgen naarmate je hoger komt.
Na de tropopause begint de stratosfeer. Deze laag is tot een hoogte van ongeveer 50 km. In tegenstelling van in de troposfeer neemt de temperatuur in de stratosfeer toe. Het temperatuurverschil is ongeveer -52 graden op het laagste punt in de stratosfeer tot ongeveer 30 graden in het hoogste punt. Ook de stratosfeer en de mesosfeer worden weer gescheiden door een laag genaamd de stratopause. In dit gebied stopt het met het stijgen van de temperatuur en begint het weer af te nemen.
Als derde is er de mesosfeer. De mesosfeer begint op een hoogte van ongeveer 50 kilometer en reikt tot ongeveer 85 kilometer. In deze laag daalt de temperatuur weer net als in de troposfeer. De laagste temperatuur die hier wordt behaald is ongeveer -100 graden. Dit is dan ook de laagste temperatuur binnen de aardatmosfeer. Voordat er wordt overgegaan naar de thermosfeer is er de de mesopause. In dit gebied is er weer een omslag in de temperatuurgradiënt, het wordt weer warmer.
De thermosfeer is een luchtlaag die zich bevindt tussen de mesosfeer en de exosfeer. Deze laag bevindt zich op een hoogte van ongeveer 85 kilometer tot wel 500 a 1000 kilometer hoogte. Op deze hoogte begint de temperatuur erg sterk toe te nemen. Afhankelijk van deze zonneactiviteit wordt het overdag tussen de 1200 en 1700 graden met uitschieters tot wel 2000 graden. ’s Nachts daalt de temperatuur weer tot 500 a 1000 graden.
Als vijfde en laatste laag van de atmosfeer is er de exosfeer. De exosfeer begint na de thermosfeer op een hoogte van 500 a 1000 kilometer en bereikt een hoogte van 10000 kilometer. De temperatuur neemt in de exosfeer niet meer toe naarmate je hoger gaat. De exosfeer is de overgang van de atmosfeer naar de ruimte. Alleen het gedeelte tot de ongeveer 1000 kilometer hoort bij de atmosfeer.
Bron: Weeronline.nl