Onder invloed van verschillende factoren, zoals temperatuurverschillen, zoutgradiënten, de kracht van de wind en getijden, ontstaan oceaanstromingen. Warm water stroomt daarbij richting de polen en koud water stroomt van de polen naar de evenaar. De oceaan is een efficiënte opslagplaats voor warmte (de oceanen bevatten veel meer energie dan de atmosfeer) en zijn daarom belangrijk voor het transport van warmte en energie van de evenaar richting de polen. Op het noordelijk halfrond zijn er twee oceaancirculaties die met de wijzers van de klok meegaan: in het noorden van de Noord Atlantische Oceaan en in het noorden van de Grote Oceaan. De temperatuur van de oceaan en de aanwezigheid van warme of koude oceaanstromingen hebben een groot effect op het klimaat. Onder invloed van de warme Golf Stroom is het klimaat rond 50 graden noorderbreedte in Europa, in de regio van Nederland, veel warmer dan op de meeste andere plaatsen op gelijke breedtegraad.
Bron: KNMI